voor 1940




Een blik op de wereld

Op deze site is aandacht voor grammofoonplaten van vinyl. Maar wanneer werd vinyl gebruikt om grammofoonplaten te persen?
Een vluchtige geschiedenis waarbij de insteek het materiaal is.


Voor 1940 : Plastic laagjes en flexidiscs

Voordat er geëxperimenteerd werd met andere materialen was schellak het standaardmateriaal. Schellak is een soort bijenwas, dat bij warmte vervormbaar is. Een eigenschap nodig om platen te kunnen persen.


Celluloid

Al in 1904 werd er al gespeeld met celluloid laagjes om daar de groef in te maken. Het voordeel van een laagje is dat eronder goedkoper materiaal gebruikt kon worden. Karton kan dan de basis zijn voor een geluidsdrager. Nicole Records bracht de eerste exemplaren op de markt. Het grote nadeel van deze schijven is dat de groef niet stil is. Een grote basisruis was onontkoombaar.Eind jaren '20 werden er flexidisks van een soort celluloid gemaakt. Een mooi voorbeeld zijn de releases van Phonycord. Deze waren onbreekbaar en kwamen in verschillende kleuren. Ze hadden het 10"-formaat en speelden af op 78 toeren.

Phonycords: boven een paar schijven, onder een detail van het label (1930)

Rhodoid

Rhodoid is de handelsnaam van een cellulose acetaat. Een materiaal dat in de filmindustrie vaak gebruikt werd. In de jaren '30 gebruikte het franse label Discolux een laagje rhodoid op stevig papier.
Deze flexibele schijven waren wit van kleur.


Durium

In 1930 werd in America een nieuw soort plastic op de markt gebracht. Het was een gepatenteerde doorzichtige plasticsoort dat durium genoemd werd. De Durium Products Corporation had een platenlabel waarbij muziek gepromoot werd. Op hun label "Hit of the Week" werden potentiële hits uitgebracht en voornamelijk verkocht via krantenkiosken. In 1932 stoppen de releases. Datzelfde jaar wordt in Engeland Durium Products Ltd opgericht. Zij gaan nog een paar jaar door met uitbrengen van flexidiscs onder het label "Durium".


Hierboven een detail van een hoes voor Durium platen
Hieronder afbeeldingen van een "Hit of the week": de 10"-formaat schijf, de papieren hoes en de achterkant van de schijf (stevig papier)


Vitrolac

In 1931 introduceerde RCA Victor (USA) het materiaal vitrolac. Het is een plasticsoort.
RCA Victor was op zoek naar een materiaal voor grammofoonplaten, waarbij het mogelijk was om meer geluid op een drager te krijgen. Deze toepassing was gewenst bij het vertonen van films. Voor het verzorgen van het geluid bij bepaalde films was de Vitaphone ontwikkeld.
Op deze apparatuur was het mogelijk om een 16"-formaat af te draaien met een snelheid van 33⅓toeren per minuut. Het is de eerste keer dat deze snelheid gebruikt werd.

Tegen het einde van de jaren '30 was de ontwikkeling van vitrolac schijven zover, dat de mogelijkheden van schellak overtroffen werden. De groeven produceerden minder ruis. De plaat was lichter en sterker. Het bood de mogelijkheid om langzamer af te spelen, waardoor er meer muziek op een plaatkant kan.

Helaas was het materiaal duurder en waren de platenspelers van destijds niet geschikt voor het afspelen van de platen. De naalden voor schellak platen waren niet geschikt voor vinyl.
Daarbij was er ook die periode een economische crises of recessie waardoor de introductie van de vinyl grammofoonplaat destijds niet is gelukt.